In Actueel

De betaling van de transitievergoeding bij het ontslag van langdurig arbeidsongeschikte werknemers houdt de gemoederen bezig. Eerder informeerden wij u over de compensatieregeling die per
1 april 2020 van kracht wordt.

Compensatieregeling

De compensatieregeling houdt kort gezegd in dat de werkgever de wettelijke transitievergoeding na betaling hiervan aan de werknemer vergoed krijgt door het UWV uit het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf). In de aanloop naar de inwerkingtreding van deze regeling laait de discussie op of de werkgever een dienstverband slapend mag houden. Een slapend dienstverband houdt in dat na verval van de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte de arbeidsovereenkomst niet wordt beëindigd, met vaak als enige reden om geen transitievergoeding te hoeven te betalen.

Bij de totstandkoming van de compensatieregeling heeft minister Asscher zich laten ontvallen dat het onbetaald in dienst houden van een werknemer louter om geen transitievergoeding te hoeven betalen, niet getuigt van fatsoenlijk werkgeverschap.

Rechtspraak verdeeld over verplichte opzegging

De rechtspraak is verdeeld over de vraag of met het oog op de compensatieregeling de werkgever verplicht kan worden om de arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid op te zeggen. De kantonrechter Limburg overwoog in een uitspraak van 4 april 2019 dat de compensatieregeling mede in het leven is geroepen om slapende dienstverbanden tegen te gaan. Dat wil echter niet zeggen dat de werkgever verplicht is de arbeidsovereenkomst op te zeggen. Die verplichting heeft de wetgever niet opgelegd en die kan ook niet uit de compensatieregeling afgeleid worden, aldus de kantonrechter. Bovendien dient de werkgever in geval van betaling van de transitievergoeding het betreffende bedrag voor te schieten en is niet zeker dat hij hiervoor volledig wordt gecompenseerd. De kantonrechter kwam dan ook tot het oordeel dat het in stand laten van het slapende dienstverband niet in strijd is met goed werkgeverschap.

De Rechtbank Den Haag daarentegen oordeelde in een uitspraak van 28 maart 2019 dat de werkgever onder omstandigheden uit hoofde van goed werkgeverschap wel gehouden is tot opzegging van de arbeidsovereenkomst. Hiervan is in elk geval sprake indien geen enkel zicht is op hervatting van werkzaamheden door de werknemer en de werkgever met het oog op de compensatieregeling geen gerechtvaardigde belangen heeft de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. In deze zaak was sprake van terminaal zieke werknemer. De stelling van de werkgever dat de transitievergoeding (vrijwel) uitsluitend zou toekomen aan de erfgenamen van werknemer maakte het oordeel van de rechter niet anders.

Rechtsonzekerheid

De tegenstrijdige uitspraken geven onzekerheid of de werkgever gehouden is de arbeidsovereenkomst met een langdurig zieke werknemer op te zeggen en de werknemer om die reden aanspraak kan maken op de betaling van de transitievergoeding. Het wachten is op een oordeel van de Hoge Raad.

 

RECENTE BERICHTEN
logo scheidingscafe